Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Er was die nacht
dat ik je dood zag gaan.

Ik hoorde je ademen
met lange tussenpozen.

Tot je stil werd,
zo onwerkelijk stil.

Geen geluid meer,
geen beweging.

Een niemandsland
tussen leven en dood.

Je vermoeide gezicht
ontspande zich.

Een lichte glimlach
om je lippen.

Je mond die niet meer
zou bewegen.

Geen woord, geen grap,
geen lach, geen zoen.

Een paar dagen nog tot
ik je nooit meer zou zien.

Maar nu keek ik
en zag je.

In die nacht
dat je dood ging.


Ik hou van je,

Roon