Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Het is half één ’s nachts. Vrijdag 24 juli is net begonnen. Drie maanden terug, op vrijdag 24 april kreeg ik twee appjes van je. “Hadden we primperan alarm?” vroeg je je af toen je een geluidje hoorde uit de iPad. Tijd voor medicijnen. Later kreeg ik een appje met de korte mededeling: “Exp. po!”. Ik weet nog dat ik even na moest denken toen ik hem kreeg maar het betekende ‘Expeditie po-stoel’. Misschien niet iets om in de openbaarheid te brengen maar ik wil je even laten weten dat ik daar nog steeds om moet lachen. Ondanks de ongemakkelijke dingen die we moesten doen die laatste week wist je er toch nog een grappige draai aan te geven. Het was je laatste appje aan mij. Ik was natuurlijk altijd in de buurt, toen, maar je was het appen ook zat, het was teveel.

Deze week is veel mij teveel. Ik zit al twee weken in Heiloo, in dat prachtige huis met die heerlijke tuin. Maar ik zit hier zonder jou. En dat is eigenlijk teveel. Als ik ’s ochtends beneden kom zit jij daar niet al te ontbijten en de krant te lezen. Wat kan ik dat toch missen nu. We waren hier in de voorjaarsvakantie nog samen, onbegrijpelijk toch? Ik wil dingen doen maar het lukt niet zo goed. Zelfs het mij zorgen maken over werk en geld lukt me niet zo goed. Gelukkig maar eigenlijk. Ik doe ook wel dingen en mensen vinden dat soms knap dat ik zo bezig blijf maar het is niets anders dan vluchten voor mijn verdriet. En zelfs dat lukt niet. Er is deze dagen geen ontkomen aan. Of ik nou thuis ben, in Heiloo zit of door Amsterdam loop, als mijn geest niet bezig gehouden wordt door urgente dingen dan schakelt ie weer naar denken aan jou. Hoe je was, hoe ziek je was, hoe je daarvoor was. Het is zwaar Mariek, ik kan niet anders zeggen. Niet het denken aan jou, zeker niet, ik denk graag aan jou. Maar wel het feit dat dat het enige is wat ik nog kan doen. Ik kan je alleen nog maar in mijn gedachten zien en op foto’s. Ik realiseer me nu pas hoeveel ik hield van jou aanwezigheid, jou bestaan vlak bij mij. Mijn tranen zitten vlak onder de rand van mijn ogen, ik hoef bij wijze van spreken maar even naar voren te leunen en ze komen eruit. Alles lijkt mij wel te raken, te ontroeren. Iets wat ik lees, muziek die ik hoor, praten over jou. Soms lukt het en soms is het teveel. Wil ik niet meer praten. Wil ik geen mailtjes of de telefoon beantwoorden.

Tim en Sepp waren hier wel gisterochtend. Sepp kwam aanlopen met een boek onder zijn arm. Hij is in Harry Potter begonnen en hij vindt het heel leuk. Deel één heeft hij al uit. Dat moet je toch tevreden stemmen. Hij is net zo’n lezer als jij was. Met Tim heb ik het gehad over vakantie, jou, je vader en je moeder. Je vader is twee keer gevallen, de laatste twee weken. Een nieuwe fase? Hij verliest schijnbaar steeds meer controle.

Nou Mariek, ik laat het hier weer even bij. Er is nog veel meer te vertellen maar ik moet maar eens gaan slapen. Het is laat.

Kus,
Ronald