Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Ik zie dat ik nu al 40 brieven aan je heb geschreven. Ik hoop dat je het niet teveel vindt. Misschien verval ik in herhaling. Ik weet het niet maar ik vind het prettig om naar je te schrijven. Het helpt mij een beetje. Om dichterbij je te zijn en om mijn gevoelens een uitweg te geven. Ik ga er maar gewoon mee door.

Vandaag een gedichtje.

Ik loop langs ons
vorige huis.
Geen heimwee,
nooit gehad.
Alleen dat raam
ooit ingeslagen
onze sleutels
binnen.
Ik denk aan ons
daarbuiten.

Ik spreek Ilse
terug van skiën
voorover gevallen.
Ik zie jou
net zo op
een helling
in Sölden.

Ik eet bij Noor
en Jelmer.
Vorig jaar zaten
wij hier.
Doutze
pas geboren
lag zacht tegen
je aan.

Ik zit daar en kijk
naar waar je zat
een groot en een klein
mens zo tevreden
bij elkaar.

Je mist nu hoe
ze groeit en staat.
Ik denk daaraan
je laatste uitstapje
buiten de stad.

Ik wandel langs het meer
achter ons huis.
Zoals we zo vaak deden.
De laatste keren duwde
ik je rolstoel.
Soms liep je een stukje
en duwde je
zelf.

Ik loop daar en voel de
handvatten zowat drukken
tegen mijn handen.
Zie je haast zitten en
genieten.
Ik hoor ons bijna praten
lachen.

Zoveel herinneringen
aan jou
iedere
dag.

Liefs,
Roon