Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Gister zag ik je op straat. Je fietste in mijn richting terwijl ik overstak. Ik keek ervan op dat dit weer gebeurde. Het was al een tijdje geleden. En het is ook echt hè, niet dat ik denk: ‘Hé, die fietster lijkt op Marieke’. Nee, ik denk in een flits dat jij het bent. En meteen daarna weet ik dat het niet zo is. Ik had gedacht dat mijn onderbewuste dat wel zou weten nu, maar blijkbaar wil die er ook niet aan wennen.

Over mij hoef je je even geen zorgen te maken. Het gaat aardig op het moment. Een paar goeie klussen, een leuke meevaller en een hypotheek die er binnenkort een stuk zonniger uit gaat zien, helpen mij om de financiële zorgen weer een stuk 2017 in te schuiven. Het is maar geld, dat weet ik wel, maar het helpt mijn humeur vooruit. Een lastenverlichting in mijn hoofd.

Maar op een ander plekje daar wordt het donkerder. Ik zou je graag even zien nu, je daarover spreken in levende lijve. Op z’n minst kunnen bellen. Er zijn dingen waarin het schrijven van brieven tekort schiet. Tenminste, als ze openbaar zijn, zoals deze brieven.

Maar een vriendin heeft je hulp nodig, je luisterend oor, je wijze raad. Je wordt zó gemist nu. Door haar, door mij. Ik kan niet helpen zoals jij dat kon. Ik kan luisteren, dat wel, maar ik weet niets te zeggen. Ik ben er stil van.

Liefs,
Ronald