Lieve Mariek,
Pasen 1999, weet je nog. We zitten met z’n zessen, zes vrienden, op een terras in de Alkmaarse binnenstad. Het is eigenlijk te koud voor buiten. Maar we moesten en we zouden, het was de dagen ervoor ook mooi weer geweest dus we wilden het nu afdwingen. Het weer liet zich niet sturen natuurlijk, maar met behulp van kleden en slaapzakken hielden we de koude wind een beetje van onze warme eitjes. Helaas laat de foto maar drie mensen zien: vlnr. Ikzelf, Cécile en Egbert. Niet in het zicht: Marieke, Roline en Rob.
Zes mensen waarvan er nog vier over zijn, de drie op deze foto en Roline. Eigenlijk zeven mensen want Roline was zwanger van Imme, die volgende maand alweer 18 wordt.
Dat was nog een onbezorgde tijd, het leven had nog niet zo’n vat op ons toen. Iedereen was gezond en zich niet bewust van de dingen die komen gingen. Gelukkig maar.
Het was een gezellige ochtend, dat weet ik nog wel. We hadden het eigenlijk altijd gezellig, met elkaar. En nog steeds, ondanks verdriet.
Vanochtend liep ik op het strand van Camperduin. De vriendschap is er nog steeds, maar vandaag wandelde ik alleen. Een uur tegen de wind in en een uur weer terug. Van de grote parkeerplaats bij Hargen in de richting van Petten. Langs de Hondsbossche Zeewering, die verdwenen is onder een dikke laag zand. In plaats van asfalt, stenen en gras, Nu strand en duinen. Het zand is zacht. Het lopen zwaar daardoor. Maar ik maak het uur vol. Petten ligt dichterbij maar toch nog in de verte. Ik draai mij om en loop terug. Merkwaardig genoeg is het strand opeens een stuk beter. Het loopt prettiger, ik zak niet meer weg. De wind is nog steeds koud. De op het laatst nog meegepakte muts en handschoenen geen overbodige luxe. Maar het is lekker, en rustig nog.
Ik sta stil
kijk om mij heen
het strand is leeg
aan alle kanten.
Durf ik het nu,
gewoon voor mij uit
schreeuwen.
Het blijft lastig
mijn schroom te
omzeilen.
Maar het moet,
de ellende en
frustratie
eruit.
Meer fysiek alleen
dan hier
zal ik niet snel
vinden.
Ik grom hardop
kijk nog eens
om mij heen.
Echt niemand.
Ik schreeuw
en roep heel
hard.
Het helpt een
klein beetje
maar het komt
niet uit mijn
tenen, mijn hart
mijn buik.
Daar kan ik
niet meer bij,
lijkt soms wel.
Al zijn er kleine paadjes
voor mijn tranen.
Die komen voortdurend
en van overal.
Maar schreeuwen
is een begin.
het was lekker het
te durven,
alleen op een
leeg strand bij de
koude zee.
Kus,
Roon

Schreeuwen bij een zee die goedkeurend het strand opkomt en je schreeuw meeneemt. Wat fijn dat je het hebt gedurfd. X Diana
Schreeuwen naar de zee, die al jouw tranen opvangt
Mooi.
Trots dat je het gedaan, gedurfd hebt! Waar zovelen schromen, het in zichzelf, hun hart en in hun lijf opslaan … verkoos jij, bij stukjes en beetjes een schreeuw van verscheurdheid, rauw verdriet en een teken van leven te geven. Trots op je!