Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Het is niet zo’n prettige brief om te lezen, ben ik bang. Niet dat alle andere brieven nou zo prettig zijn, maar misschien is deze nog pittiger. Ik weet het niet zo goed. Ik probeer een antwoord te geven op een vraag die jij stelde, niet zo lang voor jouw dood.

We zaten hier op de bank, je was al gestopt met de chemo en we wisten dat het einde naderde. Opeens verstarde je. Je begon te staren en je keek heel verschrikt. Ik zie het nog zo voor me en het bezorgt me kippenvel. Het was naar om je zo te zien. Ik had je ook nog nooit eerder zo zien kijken. Het enige wat je zei was: ‘Maar hoe moet het dan met jou?’

Het drong op dat moment echt tot je door wat er te gebeuren stond. Dat je er binnenkort niet meer zou zijn en dat ik er alleen voor zou staan. Volgens mij vond je dat het ergste van alles. Dat je mij alleen moest achterlaten en dat er niets was dat je daaraan kon doen. Die gedachte leek jou te verscheuren toen.

Wat kon ik anders zeggen dan: ‘Het komt wel goed Mariek, het komt heus wel goed met mij’.

Maar wat wist ik ervan? Ik had geen idee van wat mij te wachten stond. De scheurende rouw die mij in zijn greep zou krijgen. Het diepe verdriet en het enorme gemis dat tot nu toe duurt. Ik had het toen niet kunnen bevatten. Niemand had het mij ook uit kunnen leggen.

‘Maar hoe moet het dan met jou?’ Ik moet er vaak aan denken, aan die vraag, aan jouw blik. Mijn antwoord toen was volledig ontoereikend. En dat wisten we natuurlijk allebei wel. Het was een geruststelling, ik moest jouw zorg niet meer zijn, die laatste dagen.

Maar ik weet het nog steeds niet, hoe het dan met mij moet. Zie je mij, vraag ik mij wel eens af. En wat zie je dan? Zie je mijn geworstel met gedachten, de realiteit van alledag, hoop, zie je de lieve aandacht van vrienden die maar met mij om moeten zien te gaan, die zelf ook nog proberen te begrijpen waar jij gebleven bent. Zie je het verdriet, mijn wanhoop soms, het gebrek aan werk, de zorgen, de stress, het slechte slapen, de prettige ontmoetingen af en toe, de mooie vriendschap die eerder niet bestond.

Er zitten pittige dingen tussen hè? Ik schrik er zelf een beetje van als ik die zo zien staan. De vrienden en vriendschappen zijn prachtig, die zijn mijn redding, mijn houvast. Maar de rest valt niet mee.

Ik schreef er een klein gedichtje over:

Tussen de momenten, uren, soms dagen
van leuk, gezellig en heel fijn
zitten de tijden van
chips en chocolade
van
in bed willen liggen
tot alles beter is.

 

Nog even verder.

Vorig jaar ging het zakelijk gezien best aardig. Dit jaar is het niets. Ik zeg het maar eerlijk. Misschien kijken mensen ervan op, als ik zeg dat het niets is. Er komen allemaal foto’s van mij voorbij, op Facebook, op Instagram. Maar de meeste van die foto’s maak ik uit eigen beweging. Ik vraag mij dan ook af of ik hier wel geschikt voor ben. Ja, ik ben wel geschikt voor het maken van foto’s, dat durf ik wel van mijzelf te zeggen. Maar ben ik ook geschikt om voor mijzelf te werken? Heb ik daar wel de vaardigheden voor? Ik dacht lange tijd van wel. Misschien niet de gebruikelijke vaardigheden, die bij een ondernemer horen maar ik dacht het toch op mijn eigen manier te kunnen redden.

Nu twijfel ik. Ik baal ervan dat het mij niet lukt, want ik vind fotograferen echt het leukste dat er is en ik wil waarschijnlijk nooit meer iets anders doen. Maar ik moet er geld mee verdienen. Ik wil ook helemaal niet meer voor een baas werken. Dat heb ik lang genoeg gedaan. Ik hou van de vrijheid, maar ik heb er nu een beetje teveel van. Al is het geen echte vrijheid want met een beperkt budget is het lastig ervan te genieten.

Ik heb nog een, volgens mij, mooi project op de plank liggen. Begin van het jaar heb ik het een zetje gegeven maar dat was niet genoeg om het op gang te krijgen. Dat ligt helemaal aan mij. De energie ontbreekt en de concentratie ook. Het gaat over rouw, en het klinkt misschien gek, maar eigenlijk zie ik daar niet tegenop, om het daarover te hebben. Ik denk dat het niet zo duidelijk is wat rouw nu precies is. Wat het met mensen doet. En daar wil ik het over gaan hebben. Wat het met mij doet. In de brieven aan jou vat ik het in woorden en een enkel beeld. Nu wil ik gaan proberen het in bewegend beeld te gaan vatten met woorden als ondersteuning. Het klinkt een beetje vaag en dat klopt. Ik heb het nog niet helemaal duidelijk.

Struikelblok is ook geld natuurlijk. Een documentaire zet ik niet zomaar in elkaar. Ik heb nog nooit zoiets gemaakt. Dus ik moet werk hebben om het voor elkaar te krijgen. We zullen zien. Ik schrijf er nu over om mijzelf ertoe te bewegen er toch mee aan de gang te gaan. Om toch nog een positieve draai te geven aan deze brief.

Ik moet zoveel van mijzelf Mariek. Ik moet de beste fotograaf zijn, ik moet het zakelijk redden, ik moet een mooi project aanpakken. Het is tweeëneenhalf jaar na jouw dood en ik moet slagen. Ik ben 55 en ik heb geen enkele zekerheid (maar in feite heeft niemand die). Ik moet en ik moet. Ik moet schoonmaken, stofzuigen, mijn bed uitkomen, eten, normaal doen tegen iedereen, terwijl er helemaal niets normaal is aan deze situatie.

Maar misschien moet ik helemaal niet moeten nu. Want ik huil en ik mis nog steeds zo. Het enige dat mij goed lukt eigenlijk is deze brieven schrijven aan jou.

‘Het komt wel goed Mariek, het komt heus wel goed met mij’.

Ik weet alleen niet wanneer.

 

Heel veel liefs,
Ronald

PS. Hoe verontrustend deze brief misschien ook voor je is, je weet wel dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop hè. En schrijven aan jou helpt echt.