Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Een jaar geleden waren we weer in het huis in Heiloo om op te passen. Voor het laatst samen, maar dat wisten we nog niet. Je had allerlei klusjes meegenomen om te gaan doen die week. Foto’s inplakken bijvoorbeeld. Er kwam niets van terecht helaas.

Je schreef in je dagboek: “Lekker op vakantie en dan keelontsteking… leuk is anders”. Je moest ervan hoesten en dat kon je eigenlijk niet door je kwetsbare ribben. ’s Nachts knapte er één. Het maakte de situatie er niet beter op natuurlijk. Ik had erg met je te doen. Een rib breken of kneuzen is al heel ongemakkelijk als je verder gezond bent maar voor jou was het een drama. En het was helaas niet de enige keer dat het gebeurde.

Je schrijft ook: “Verder brengt het onfitte gevoel weer een hoop angsten naar boven”. Dat raakt mij weer, nu. Naast alles wat ik onthouden heb, ben ik ook zoveel vergeten over deze periode. Hebben we het toen over je angsten gehad, vlak voor of vlak na je dat schreef? Ik weet het niet meer. Ik hoop het wel.

Precies een jaar geleden plaatste ik een gedicht op mijn blog. Eind januari had ik foto’s van jou genomen omdat ik wat lichtopstellingen wilde proberen. Het pakte zomaar heel goed uit. Je voelde je goed genoeg die ochtend en opeens had ik hele mooie foto’s van je. Je was er zelf ook erg tevreden over. En nu jij er niet meer bent worden ze alleen maar mooier en belangrijker.

De foto bovenaan deze pagina staat op de kast in de kamer. Ik loop er iedere dag langs, zie ’m iedere dag. Zie jou iedere dag. Vaak gaat dat goed, dan kijk ik even naar je, zeg soms wat tegen je. Af en toe moet ik even stoppen, even bij je stilstaan. Dan voelt het zo onwerkelijk dat ik je vrolijke gezicht zie. Het is lastig te omschrijven, ik zie je en jij bent het overduidelijk. Zo zag jij er vaak uit, alleen het laatste jaar niet meer zo regelmatig. Een bijzonder moment dus, in een zwaar jaar. Het zegt ook iets over ons, hoe ontspannen we konden zijn bij elkaar, dat jij je veilig en jezelf voelde voor mijn camera.

Maar dat bedoel ik eigenlijk niet. Ik loop langs je foto, pak hem, ga even zitten en zet hem voor mij op tafel. Ik kijk naar je en meteen stromen de tranen weer uit mijn ogen. Ik zie je maar je bent er niet meer. Ben je er wel ooit geweest? Of ben je alleen een herinnering die leeft in mijn hoofd en op de kast in de kamer?

Ik krijg niet helemaal opgeschreven wat ik gisteren voelde. Het lijkt op de zinnen hierboven maar ook weer helemaal niet. Misschien begrijp je een beetje wat ik bedoel en anders is het ook niet erg. Ik weet natuurlijk wel dat je er was en dat je er nog bent in de gedachten van zovelen. Maar je voelt ook zo onbegrijpelijk ver weg. Ik snap er eigenlijk nog steeds niets van. Ook niet omdat je er hier zo mooi uitziet en dat je iets meer dan drie maanden later dood ging.

Dat viel mij op bij de interviews van Koen Verbraak. De zieke mensen die hij sprak zagen er nog zo gezond uit. Ook de twee mannen die niet zo lang na deze gesprekken overleden. Net als jij.

Het gedicht dat ik vorig jaar schreef over jouw foto’s gaat daarover. ‘Kun je het zien’.
En over het weekje in Heiloo schreef jij een blog. ‘Zeuren’ heet het.

Liefs,
Ronald