Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Vrijdagnacht 10 april. Je belt mij boven wakker. Je blijkt beneden te zitten en vraagt of ik naar je toekom. Je zit op de bank. ‘Ik heb hartkloppingen’, zeg je. Op zich niet zo erg, dat is al eens meer gebeurd. Maar als je vertelt dat je hart tegen de 200 slagen per minuut gaat, word ik toch wel ongerust. De vorige keren bleef het bij 140 slagen, en dan zakte het na een tijdje weer terug naar normaal.

Nu blijk je al drie kwartier beneden te zitten. We wachten samen nog een tijdje. Maar niet al te lang. Ik besluit toch maar de huisartsenpost te bellen. Het lijkt er niet op dat dit vanzelf gaat stoppen. De dame aan de lijn wil jou even spreken en dat lukt. Maar veel verder dan praten gaat het niet. Je bent niet erg mobiel.

De arts is er vrij snel. Ze kan niet veel doen en besluit de ambulance te bestellen. Die laat nog even op zich wachten omdat het erg mistig is. Je zegt nog dat ze geen sirene aan moeten doen vanwege de buren. Maar achteraf horen we van ze dat de zwaailichten midden in de nacht genoeg waren voor hen om zich enorm ongerust te maken.

Dit is de eerste keer dat er dokters en verpleegkundigen moeten opdraven om hulp te verlenen. En ik kan zeggen dat ik het alle keren erg prettig vond als ze binnenstapten. Niet iedereen was sociaal even handig, in een later geval, maar dat er mensen binnen waren die verstand van zaken hadden en ons gerust konden stellen was heerlijk.

De ambulancebroeders besloten dat Mariek naar het ziekenhuis moest. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De mensen van de ambulance mogen tegenwoordig niet meer tillen en ons huis ligt onderaan een dijkje. Een stuk of vijf, niet al te hoge treden, om bij de ambulance te komen. Kortom Mariek, je moest daar lopend heen. Maar twee stappen van de bank was het maximum. De heren zagen wel dat dit zo niet ging lukken. Gelukkig werd er een oplossing bedacht.

Er werd een monitor binnengedragen en wat medicijnen. De verpleegkundige praatte rustig met je en vertelde dat hij een medicijn in ging spuiten dat je hart ging resetten. Hij vertelde dat het niet prettig zou zijn omdat je het gevoel zou krijgen dat je zou vallen. Zoals je wel eens hebt vlak voor je in slaap ‘valt’. Dat gevoel zou tien seconden duren. Na die tien seconden, zo zei hij, voel je je meteen beter. Tja, weinig keus natuurlijk en je vertrouwde op deze meneer. De chauffeur en ik hielden je vast en je kreeg het goedje naar binnen. Je vertelde later dat het precies zo was als verteld. Je telde voor je zelf tot tien, dat was je houvast. En inderdaad, na die tien seconden was het een stuk beter. Je hartslag daalde naar 135 slagen. Dat was aanvaardbaar. Nu kon je wel lopend naar de ambulance en je vertrok.

Ik ging er even later in de auto achteraan. Tijdens het wachten op de ambulance had ik al wat spullen in de nieuwe ‘ziekenhuistas’ gedaan en door de mist reed ik naar het ziekenhuis. Het was erg mistig maar in de auto nog wat meer. Ik kwam maar niet op het idee dat de blower misschien niet op het voorruit gericht was. Dus ik maar wissen. Ik kwam toch veilig aan.

Jij lag ondertussen bij de hartbewaking en ik bedankte de ambulancemensen toen ik ze daar tegenkwam.

Langzaamaan ging je hart weer naar het normale ritme en werd jij ook weer jezelf. Je zat er ook niet al teveel mee. Er werd een echo gemaakt van je hart. Best interessant om die kleppen te zien ‘fladderen’. De conclusie was dat er met je hart in feite niets aan de hand was. Je had wel een kleine aangeboren afwijking waardoor je hart van slag raakte. Op zich niet ernstig of schadelijk maar wel vervelend. Terwijl jij lag te wachten ging ik weer wat nieuwe medicijnen ophalen. Dit keer een pilletje dat je in kon nemen als je dit weer kreeg. Een geruststellend gevoel. Je kreeg het later inderdaad nog een keer, wel in iets mindere mate, en het pilletje hielp al snel.

Tot zover ons ‘uitje’ naar het ziekenhuis. Dat kon er ook nog wel bij hè? Vroeg in de ochtend reden we naar huis.

Met de kanker ging het ondertussen niet best. Vandaag, 15 april, precies een jaar geleden plaatste je een indrukwekkend blog. Je laatste. Iedereen had in één klap door hoe ernstig het met je gesteld was.
Hier staat het.

Liefs,
Roon