Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Op woensdag 15 april plaatste je dat indrukwekkende blog op je website. Maar eigenlijk was die woensdag bestemd om afscheid te nemen op ‘de Kring’, je school. ‘Het afscheid van je werkzame leven’, noemde jij het graag. Je wilde niet toegezongen worden, je wilde wat doen. Dat werd geregeld. Een servies beschilderen met mooie spreuken. De dag naderde en het evenement werd voor jou steeds kleiner. Een paar dagen van te voren dachten we even een uurtje heen te gaan en dan weer terug. En misschien was het handig om i.p.v. op zolder, ergens beneden te gaan zitten. Jij zou het niet redden, die trappen op. Maar uiteindelijk ging het helemaal niet door. Het zou te zwaar zijn en je kon de moed niet opbrengen. Je afscheid van je werkzame leven begon erg te lijken op een afscheid voor altijd, zonder dat je je collega’s nog zou zien.

Donderdag 16 april de tweede chemo. Nu echt. Het gaat op zich goed maar de tocht naar het ziekenhuis is zwaar. Je mag gelukkig op een eenpersoonskamer liggen. Dat is erg prettig. Een rustig eilandje binnen de ziekenhuisdrukte. Als we thuiskomen staat er een bed voor je in de woonkamer. Je slaapt er meteen die nacht in en bent die ochtend voor het laatst boven geweest.

Zondag 19 april besluit je niet meer aan de chemo te gaan. Jij, en ik ook, voelt dat het niet goed gaat en niet beter zal worden. En het kost je teveel kracht. Stoppen met de chemo betekent haast zeker dat je dood zal gaan. Maar we hebben niet het idee dat de chemo nog iets toe had kunnen voegen. De kanker ontwikkelt zich opeens te snel, zo lijkt het. Tja, daar zitten we dan, jij op je bed en ik ernaast, in de wetenschap dat de dood nu opeens dichtbij is. We hebben het over praktische dingen. Ik liep al een tijdje met het idee om Els, een achternicht van Mariek, te vragen om de kist te maken. Els en haar compagnon hebben een timmerwerkplaats in Amsterdam. Maar misschien was dit wel teveel gevraagd, qua emoties. En raar genoeg hadden we nu haast. Ik had haar graag meer tijd gegeven. Maar Els wilde het doen. Ondanks blessure en aanstaande vakantie ging zij, met een paar mensen, aan de gang. Praten over je kist. Raar.
Dat was één ding van het lijstje. Jij en ik hadden al eerder je nalatenschap doorgenomen. Een hele lijst mensen die jij iets wilde geven. Mooi.

Er volgt een rare week. Een aantal mensen komt afscheid van je nemen. Ik zit naast je bed en lees binnenstromende kaarten en brieven aan je voor. We komen geen dag zonder tranen door de stapel heen. Zoveel mensen die op je blog gereageerd hebben en je mooie dingen schrijven. Er klinkt vaak nog hoop in door.

Tim en Al komen op woensdag langs met Sepp en Bessel. De jongens die zo’n grote plek in je hart hebben. Je legt ze uit hoe het met je gaat en dat het waarschijnlijk de laatste keer is dat je ze zal zien. Het is mooi en hartverscheurend. Ze gaan allemaal nog een keer met je op de foto. Na hun vertrek zeg je dat je nu klaar bent om dood te gaan. Je hebt iedereen gesproken die belangrijk voor je is. Je hoopt er in je slaap tussenuit te piepen. Maar helaas gaat het niet zo snel als je hoopt. Je wordt de volgende dag gewoon weer wakker. Cécile is voor het eerst blijven slapen. Ik heb bij je in de woonkamer geslapen. Vanaf nu zullen er steeds extra mensen in huis zijn. Zeer welkome ondersteuning. Zowel praktisch als geestelijk. Er zijn broodjes, er is koffie, er komt avondeten. Alles wordt geregeld. En ondanks alle mensen wordt het steeds stiller in huis. Je kunt steeds minder verdragen.

Op vrijdagochtend heb ik met Cécile en je moeder al een gesprek met de uitvaartverzorger. Bij Cécile thuis want jij wil alleen maar rust. Het is een goed en vervreemdend gesprek. Het gaat over jou, als je dood bent. Jij zei zelf al eerder: ‘Het is net of we wat moois aan het organiseren zijn, alleen zal ik het zelf niet meemaken”.

Op vrijdagavond, 24 april, staat Ellen voor de deur. Je collega van school. Zij staat daar met de cadeautjes die je vorige week zou krijgen. Een geldboompje en een kaarsenhouder. Als ik open heb gedaan zegt Ellen dat ze niet binnenkomt en vervolgens steekt ze het kaarsje aan. En die handeling maakt haar bezoek zo bijzonder ontroerend. Ik neem de cadeautjes aan met tranen in mijn ogen. We kunnen allebei niets zeggen.

Er is ondertussen thuiszorg, je krijgt extra medicijnen om het maar zo ‘comfortabel’ mogelijk te maken. De huisarts komt regelmatig even kijken. Hij is een enorme steun in deze dagen. Ik mag hem appen bij problemen, hij komt naar ons toe zodra het nodig is en heeft nooit haast, ook niet in het weekend. En voor jouw ongemakken (of ronduit vervelende complicaties) had hij steeds weer een oplossing.

Maar Mariek, je gaat toch dood, ondanks de goede zorgen, en het duurt niet lang meer.

Liefs, Ronald