Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Ik zie je nog steeds op straat
fietsen, lopen,
dichterbij tot
ik je niet meer
herken.

Ik hoop nog altijd dat je
thuis bent als ik de straat in rij,
de tuin in loop
maar binnen vind
ik je niet.

Ik krijg herinneringen aan jou
bij alles wat ik zie
in huis, om huis
overal raak ik aan stukjes
Mariek.

Ik draai mij ‘s ochtends naar je toe
voel je kussen op
mijn wang.
Onbeslapen en koud
nu.

Ik wil je roepen
vanuit de tuin.
Laten zien wat ik doe.
Maar ik doe dit omdat jij
er niet meer bent.

Ik wil je vertellen
over de jongens
hoe ze zijn, wat ze doen
maar ze doen nu zonder hun
tante.

Ik wil je vragen hoe dat
nou eigenlijk moet,
verder leven,
terwijl het leven van ons
niet verder gaat.

Liefs,
Roon