Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

We zijn samen bij een aantal crematie en begrafenissen geweest en soms zeiden we tegen elkaar: ‘Zo willen we het niet’. Dan was er weinig muziek, waren er geen of weinig sprekers en zaten we na een kwartier koffie te drinken of stonden we buiten. Zo wilden we het niet en zo ging het ook niet.

Wat ik nog goed weet is dat het mooi weer was. Ik was vroeg op en om een daad te stellen ontruimde ik het keukenlaatje dat vol lag met medicijnen. Dat luchtte een beetje op. Voordat alles ging beginnen zat ik buiten op het bankje. Ik genoot van de vroege stilte en de zon. Voor het laatst zat ik hier buiten terwijl jij binnen was.

Binnen schroefde ik, na een laatste blik op jou, het deksel van je kist voorgoed dicht. Later stond de kist met jou in Tims auto en reed ik je naar Heerhugowaard. ‘Wat als we nu een ongeluk krijgen’, ging er door mijn hoofd, dat zou raar zijn. Maar er was bijna niemand op de weg en ik reed rustig, bracht je voor de laatste keer ergens naar toe. Zoals ik zo vaak gedaan had. Gewoon, omdat ik van je hield. Maar ik bracht je nu niet uit liefde. Het was wegbrengen zonder ophalen, ik zou zonder jou weer thuiskomen.

Vandaag een jaar geleden droegen droegen wij jouw beschilderde kist de zaal van het crematorium in. Jeroen van Veen speelde ‘I Giorni’ van Einaudi. Muziek die wij hadden leren kennen via de film ‘Intouchables’.

We tilden je samen naar voren zoals we je de weken ervoor soms letterlijk en zeker figuurlijk getild hadden, zoals we je nog zo lang hadden willen tillen, waarheen dan ook.

Je moeder zat op de eerste bank met Al en de jongens. Je vader was er niet, we konden hem niet vertellen dat je er niet meer was, we konden hem niet uit de kleine wereld halen die nu de zijne was. Het zou zijn leven op z’n kop zetten of misschien wel niet. We durfden het niet aan. Maar verdrietig was het wel, dat de man waar jij zo van hield, er niet bij kon zijn.

Er waren veel mensen, er was veel muziek en er waren veel sprekers. En het was, samen met de herdenking de avond ervoor, erg mooi. Je zou tevreden geweest zijn. Het is jammer dat jij hierin het middelpunt moest zijn.

Na de crematie naar huis. Er gingen mensen mee, maar thuis gekomen leek mij dat niet meer zo’n goed idee. Met Egbert zat ik achter buiten en niemand stoorde ons. We zaten in jouw tuin, die op dat moment weer tot leven kwam, groen werd. Vijf onwezenlijke dagen kwamen tot een eind. Er was even niets meer te doen, voor het eerst nadat jij doodging. Wat moest ik nu, hoe moest ik ooit weer verder met mijn leven. Al was ik heel lang alleen voor ik jou leerde kennen, alleen zijn na jou, zonder jou, ik zag het niet voor me.

Maar het leven trekt zich daar niets van aan. Het gaat gewoon door. Niets staat stil. En zo zijn we nu een jaar verder sinds ik in de tuin zat die middag. Een jaar is er voorbij. En er is zoveel meer voorbij dan een jaar. Alles wat ik met jou samen deed is ook voorbij. Jouw fysieke aanwezigheid is voorbij. Je stem is voorbij, je knuffels zijn voorbij, je lach is voorbij, je verhalen zijn voorbij, je goede raad is voorbij, samen beslissen is voorbij, wij samen is voorbij. Maar niet in mijn gedachten, daar ga je niet voorbij. En ergens zullen het echte leven en mijn gedachten wat meer bij elkaar moeten komen om weer met enig optimisme verder te leven. Het is een lastig en moeizaam proces. Stappen vooruit en weer terug. Er gebeuren mooie dingen, er ontstaan nieuwe vriendschappen, maar er zijn ondertussen ook meer mensen doodgegaan en ik ga soms door slechte perioden. Zo is het natuurlijk altijd al gegaan, voor heel veel mensen, maar dat zie en voel ik nu pas echt zelf, zo lijkt het.

Vorig jaar, na een tijdje, mocht ik je as komen halen. Daar zat meer aan vast dan ik dacht. Emotioneel gezien. Je wilde in de urn die je gezien had begraven worden in de tuin. Ik heb de urn gekocht maar het begraven lukte mij niet. Toen Cécile en ik de as ophaalden, voelde het voor mij ook alsof ik je weer meenam naar huis. Het voelde goed. Je kwam weer wat dichterbij. En om je in as in de koude grond te begraven, stond mij niet erg aan. Dus jouw as staat nog boven, in de kast. Ooit zal het er van komen maar er moet nog meer tijd voorbij.

Hele dikke kus,
Roon

Muziek die bij de herdenking en de uitvaart gespeeld werd