Selecteer een pagina

Lieve Mariek,

Het lekkerst aan de winter
is de pauze van de tuin.

Al de voegen
die zich vullen
met iets groens en
hardnekkigs.

Het stopt.

Al die planten
de perken te buiten.

Takken
een onontwarbare
kluwen.

Houden halt.

Opgedoken bomen
vermenigvuldigde struiken.

Druiven met ranken
naar Frankrijk.

Het is genoeg
voor nu.

Alles gesnoeid
een metselkuip (en véél meer)
vol.

 

De tuin, dat was jij. Met groot plezier ging je er altijd in aan het werk. Of in zitten, dat ook. Ik werd er af en toe bijgesleept voor het zwaardere spit- of sjouwwerk. 

Nu is er een tuin, maar zonder jou. Hij lijkt ook niet meer op wat jij ooit bedacht, vijftien jaar terug. Dat komt door mij. Ik hou van de tuin als plek om buiten te zijn, maar ik haal geen plezier uit het weten welk plantje wat doet. Ik voel me schuldig, omdat ik je tuin niet in stand heb kunnen houden. Ik snoei als het al bijna te laat is, ik vergeet druiven te plukken als ze rijp zijn. Ik wil de vijver weghalen maar vind de moed niet om te beginnen. Ik ontdoe de paadjes van onkruid als er visite komt. Ik handel uit noodzaak.

Alles was leuker om samen met jou te doen, al dacht ik er toen niet altijd zo over. Als jij de woorden sprak: “Zullen we de … aanpakken (schilderen, opruimen, etc)”, was ik niet altijd enthousiast. En nu mis ik ze. Zonder die woorden uit jouw mond lijkt elke klus groot. Niets doen is het makkelijkst. 

Gelukkig is er hulp, als ik er soms om vraag. Met Ciel een middagje in de tuin. Grote takken afgezaagd, het tuinpad weer centimeters breder geschraapt, een paar honderd uitgebloeide stengels geknipt. In tweeëneenhalf uur is de tuin voor het grootste deel opgeruimd. Winterklaar, durf ik bijna wel te zeggen (zie ook Jacobse en van Es over ‘winterklaar’ op Youtube).

Met z’n tweeën tegen de rest (de tuin, het huis, de wereld) was fijn. Dat mis ik het meest. Vanzelfsprekende kameraadschap. Elkaar er doorheen slepen als dingen tegenzitten of als aanmoediging nodig is.

Ik mis je,
Ronald